Eerste gemeenteraadsverkiezingen na de oorlog.

 

Eerste gemeenteraadsverkiezingen na de oorlog.

Een mooie gelegenheid om bepaalde frustraties kwijt te raken deed zich voor tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in 1946. De tegenstellingen werden nog eens uitgebreid en heftig besproken en de bewoners maakten dan ook kennis met een uitgesproken 'harde' politieke strijd. Eén van de actievoerders beschikte zelfs over zoveel geld dat hij het zich veroorloven kon een pamflet te laten drukken. Dat is waarschijnlijk in het westen van het land gebeurd, omdat papier in ons dorp zeer schaars was; geen Groesbeekse drukker zou zich er trouwens aan gewaagd hebben. De laatste alinea van dit vlugschrift luidde als volgt:
,, Wij raden u dus aan te stemmen op candidaten voor de raad, waarvan u zeker weet, dat het geen vriendjes zijn van den burgemeester. Alleen dan kunt u verzekerd zijn, dat er een goede gemeenteraad uit de stembus te voorschijn zal komen.''
Het pamflet was ondertekend door 'Het Comité van Actie'. Er werden geen namen genoemd, zodat men het als anoniem kan beschouwen. In onze tijd zou niemand wakker liggen van zo'n publicatie; destijds echter was het een tekst die de gemoederen schokte.  

Toen de verkiezingsstrijd gestreden en de gemeenteraad gekozen was, bestond deze uit de volgende personen: A.G. Companjen (Berg en Dal), J.R. van Duinhoven (landbouwer), A.A. Ebbers (landbouwer), H. Eikholt (landbouwer, gekozen tot loco-burgemeester), H.Gerrits (Hend de Welbom, vertegenwoordiger van de buurtschap De Stekkenberg), A.M. Gietman (R.K. Werklieden Vereniging), H.B. Hoedemaker (Middenstand), H.W. Jacobs (R.K. Werklieden Vereniging, gekozen tot wethouder), H. Janssen (Criesten Hend, R.K. Werklieden Vereniging), J. Kersten (Jan de Werme, RKWV), M.P.M. Lange (landbouwer), H.J. Leenders (Berg en Dal), H. Nillessen (Hend van Sas, Stekkenberg), W.C.J. Verbeeten (Middenstand). De eerste na-oorlogse gemeenteraadsvergadering werd gehouden op 24 september 1946 onder voorzitterschap van burgemeester Jhr. R.M.J.F.L van Grotenhuis. Voor hem moet het wel een heel bijzondere dag geweest zijn, want dit was de eerste maal in vijf jaar van zijn verblijf in Groesbeek dat hij het dorp onder normale omstandigheden besturen kon. (Zoals reeds eerder is vermeld, werd de gemeenteraad eind 1941 op last van de Duitsers naar huis gestuurd; de wethouders werden begin 1942 buiten spel gezet.)

Voor de nieuw gekozen gemeenteraadsleden was het ook een spannende raadsvergadering: het was immers de eerste keer dat zij op bestuurlijk niveau in een openbare bijeenkomst met de burgemeester in discussie konden treden. Omdat de helft van de gemeenteraadsleden hoogstens de lagere school gevolgd had - de gekozen wethouders inbegrepen -, kostte het hun veel inspanning zich met de burgemeester te meten, als er moeilijke vraagstukken aan de orde waren. De burgemeester zal zich ook wel eens achter de oren gekrabd hebben bij het aanhoren van bepaalde voorstellen of zienswijzen. Toch verwachten de kiezers van deze gemeenteraadsleden, dat zij tegenspel zouden geven aan de man die tot dan toe 'alles' alléén voor het zeggen had gehad. Gezien zijn vaardige wijze van besturen bleek dit niet altijd mogelijk: voorzitter Jonkheer van Grotenhuis was geneigd om raadsleden, die van het te behandelen onderwerp afdwaalden, met de voorzittershamer te onderbreken, hetgeen niet altijd op prijs gesteld werd. Deze strakke, ambtelijke leiding ontlokte een gemeenteraadslid de verzuchting, dat 'Van Grotenhuis wel een burgemeester, maar geen burgervader' was. Na afloop van de raadsvergaderingen, die 's-middags werden gehouden, bespraken de raadsleden de afgekapte problemen nog eens uitvoerig in het café. Om precies te zijn in twee café's, want de boeren met hun medestanders zaten bij 'Jan van Toon' en de arbeiders zaten met hun kornuiten bij 'Moeke Bouwens'. Aangezien de burgemeester zelden 'inrichtingen voor maatschappelijk verkeer' bezocht, heeft hij veel achtergrondinformatie gemist. 

Naarmate de toestand in Groesbeek meer normaal werd, groeide echter het respect en de waardering voor burgemeester Van Grotenhuis. Zijn inzet, zijn voortvarendheid en deskundigheid met betrekking tot de herstel- en wederopbouwwerkzaamheden dwongen dit respect af. Men leerde hem beter kennen en men zag, dat de strenge regels die hij stelde zonder aanzien des persoons doorgevoerd werden. Tevens viel het op, dat hij die voor zichzelf ook hanteerde en geen 'dubbel leven' leidde. Om de getroffen bevolking te helpen was hij regelmatig op reis om bij regeringsinstanties en hulpverleningsorganisaties gelden of goederen los te krijgen. Hierbij werd hij trouw terzijde gestaan door zijn echtgenote, mevrouw M.A.H. van Grotenhuis-van Oppen die zoals wij later zullen zien, nauw betrokken was bij het organiseren van de Hulp Actie Rode Kruis en die zich ook op andere terreinen verdienstelijk maakte voor het welzijn van de bevolking. Zij deed dit op haar eigen kordate en energieke wijze, hetgeen tot gevolg had at men in het dorp op een gegeven moment niet meer sprak over 'mevrouw Van Grotenhuis', maar over 'Kitty'.

Als burgemeester Jonkheer R.M.J.F.L van Grotenhuis in 1966 afscheid neemt, na onze gemeente 24 jaar bestuurd te hebben, kan hij met voldoening terugzien op zijn Groesbeekse ambtsperiode. Onder zijn leiding is 'het dorp der verwoesting' herbouwd tot een fraaie woonplaats.

Bovenstaand stuk is afkomstig van het boek Groesbeek 1945 -1950 Het dorp der verwoestingen herrijst. De schrijver van dit prachtige boek is G.G. Driessen. Dhr Driessen is tevens voorzitter van de Heemkundekring Groesbeek