Terug naar de website

Terug naar de documenten

Volgende pagina

Gemeenteraadsverkiezingen Groesbeek 1946.

 

Gemeenteraadsverkiezingen Groesbeek 1946.

Zoals bekend mocht kiesgerechtigd Groesbeek onlangs in maart naar de stemmachine om een nieuwe raad te kiezen.Gelukkig verliep alles zonder problemen en is de nieuwe raad is al volop aan de slag.

Hoe anders was de gang van zaken 60 jaar geleden toen voor de eerste keer na de tweede wereldoorlog weer raadsverkiezingen werden gehouden.

Jammer genoeg zijn sommige essentiële zaken niet geheel te achterhalen maar het gemeentearchief geeft toch op een bescheiden schaal de mogelijkheid situatie en sfeer te proeven.

Alvorens de toespraak bij de installatie van de nieuwe raad onder de aandacht te brengen, eerst enige feitjes rond de aanloop naar deze eerste na-oorlogse raadsvergadering op 24 september 1946.

In de vergadering van burgemeester en wethouders van 5 maart 1946 wordt met verwijzing naar de gewijzigde kieswet duidelijk aangegeven dat in die periode de taken van de gemeenteraad door B.&W. worden uitgeoefend.

Tot 24 september 1946 werd Groesbeek dus bestuurd door het College van Burgemeester en wethouders, te weten Burgemeester Jhr.R.M.J.F.L.van Grotenhuis en de wethouders H.Eikholt en H.W.Jacobs, een situatie die wordt gecontinueerd ook na 24 september 1946

In eerder genoemde B.&W.vergadering werd het aantal stemdistricten bepaald op 7 stuks te weten:

Dorp I-II-III, Breedeweg IV, Horst V, Bergendal VI en Dekkerswald-Ploeg VII.

Eveneens werden voorzitters en leden voor de genoemde stembureaus benoemd.

In de B.& W.vergadering van 3 april 1946 geeft de voorzitter aan dat gebleken is dat het presentiegeld per gemeente nogal verschillend is en na enige discussie wordt op voorstel van weth. Jacobs het presentiegeld vastgesteld op Fl.6,-.( Ter vergelijking ,het presentiegeld voor de leden was in 2006 90 euro.)

Het is niet te achterhalen hoe de kandidaatstelling heeft plaats gevonden, wellicht heeft men voor deze eerste verkiezingen gekozen uit oud-raadsleden van voor 1940 en een keuze gemaakt uit representatieve dorpsbewoners

Berlusconi was onlangs niet zo origineel met zijn opmerkingen over blanco uitgebrachte stemmen, want in dezelfde notulen vinden wij een opmerking over vermeende onregelmatigheden.

"Verder wordt kennis genomen van het door den Commandant van het Corps Rijkspolitie alhier opgemaakt proces-verbaal betreffende vermeende"onregelmatigheden" bij de op 26 juli j.l. gehouden raadsverkiezingen en waarin sprake is van mogelijk aanwending van blanco stembiljetten tijdens de stemopneming door een lid van het stembureau tevens candidaat-raadslid te eigen bate.

Het aantal aldus "verandere" stembiljetten zal volgens de aanwijzing in het proces-verbaal hoogstens 10 bedragen.De beschuldigde ontkent echter de hier aangeduide handelingen.

B.enW.overwegende terzake:

"dat het hun niet toelaatbaar lijkt een vermoeden van gepleegde onregelmatigheden tot grondslag te nemen bij hun beslissing; dat, zelfs bij aannemen van het vermoeden als feit, de aangegeven onregelmatigheden niet van invloed kunnen zijn geweest op de uitslag van de verkiezingen:

dat bij de beoordeling van het mogelijk gebeurde toch geen andere mogelijkheden in het geding behoren te worden gebracht dan de in het proces-verbaal vermelde, daar deze anders feitelijk slechts op fantasie zouden berusten.

Tot toelating van de benoemden wordt dan ook besloten."

De voorzitter opent deze eerste raadsvergadering op 24 september 1946 met de plechtige woorden,

"Mijne Heeren, Het ogenblik, dat ook de gemeente Groesbeek in haar bestuur zal terugkeren tot den ouden vorm, welke door den bezetter in 1941 werd verbroken, is thans eindelijk aangebroken."

Een interessante opmerking in zijn toespraak is het volgende.

"In bijna alle gemeenten van ons land beteekent het optreden van den nieuwe Raad tevens een afscheid van den z.g. tijdelijke- of noodraad. De gemeente Groesbeek is een der uitzonderingen geweest waarin de noodraad niet heeft gefunctioneerd, aangezien temidden van de voorbereidingen aan dien noodraad het bericht van den Commissaris der Koningin binnenkwam, dat de gemeente Groesbeek buiten de desbetreffende bepalingen viel."

Zoals hiervoor reeds aangegeven werd Groesbeek bestuurd door de Burgemeester met 2 wethouders.

Nog een fraaie passage uit de toespraak van de voorzitter is het volgende:

"Met de liefde, welke gij hebt voor Uwe gemeente en met de goede voornemens welke U bezielen om de belangen van Groesbeek te dienen gaan wij thans samenwerken."

Enige tegenstelling was er toen ook in Groesbeek hetgeen wordt aangegeven in de volgende passage;’ Bovendien, en we hoeven dit niet voor elkaar te verbloemen, heerscht er in onze gemeente-samenleving verdeeldheid;een omstandigheid,welke helaas de heropbouw onzer gemeente niet bevordert."

Toch worden in het volle vertrouwen de nieuwe raadsleden beëdigd en gaat men bezield en in harmonieuze samenwerking de taak van raadslid aanvaarden.

Bovenstaand stuk is afkomstig van dhr. W. van der Weide bestuurslid van de heemkundekring Groesbeek.

TER AANVULLING VOLGT EEN FRAGMENT UIT DE UITGAVE "GROESBEEK 1945 -1950. HET DORP DER VERWOESTING HERRIJST", door G.G.Driessen 1982.

Eerste gemeenteraadsverkiezingen na de oorlog.

Een mooie gelegenheid om bepaalde frustraties kwijt te raken deed zich voor tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in 1946. De tegenstellingen werden nog eens uitgebreid en heftig besproken en de bewoners maakten dan ook kennis met een uitgesproken 'harde' politieke strijd. Eén van de actievoerders beschikte zelfs over zoveel geld dat hij het zich veroorloven kon een pamflet te laten drukken. Dat is waarschijnlijk in het westen van het land gebeurd, omdat papier in ons dorp zeer schaars was; geen Groesbeekse drukker zou zich er trouwens aan gewaagd hebben. De laatste alinea van dit vlugschrift luidde als volgt:
,, Wij raden u dus aan te stemmen op candidaten voor de raad, waarvan u zeker weet, dat het geen vriendjes zijn van den burgemeester. Alleen dan kunt u verzekerd zijn, dat er een goede gemeenteraad uit de stembus te voorschijn zal komen.''
Het pamflet was ondertekend door 'Het Comité van Actie'. Er werden geen namen genoemd, zodat men het als anoniem kan beschouwen. In onze tijd zou niemand wakker liggen van zo'n publicatie; destijds echter was het een tekst die de gemoederen schokte.  

Toen de verkiezingsstrijd gestreden en de gemeenteraad gekozen was, bestond deze uit de volgende personen: A.G. Companjen (Berg en Dal), J.R. van Duinhoven (landbouwer), A.A. Ebbers (landbouwer), H. Eikholt (landbouwer, gekozen tot loco-burgemeester), H.Gerrits (Hend de Welbom, vertegenwoordiger van de buurtschap De Stekkenberg), A.M. Gietman (R.K. Werklieden Vereniging), H.B. Hoedemaker (Middenstand), H.W. Jacobs (R.K. Werklieden Vereniging, gekozen tot wethouder), H. Janssen (Criesten Hend, R.K. Werklieden Vereniging), J. Kersten (Jan de Werme, RKWV), M.P.M. Lange (landbouwer), H.J. Leenders (Berg en Dal), H. Nillessen (Hend van Sas, Stekkenberg), W.C.J. Verbeeten (Middenstand). De eerste na-oorlogse gemeenteraadsvergadering werd gehouden op 24 september 1946 onder voorzitterschap van burgemeester Jhr. R.M.J.F.L van Grotenhuis. Voor hem moet het wel een heel bijzondere dag geweest zijn, want dit was de eerste maal in vijf jaar van zijn verblijf in Groesbeek dat hij het dorp onder normale omstandigheden besturen kon. (Zoals reeds eerder is vermeld, werd de gemeenteraad eind 1941 op last van de Duitsers naar huis gestuurd; de wethouders werden begin 1942 buiten spel gezet.)

Voor de nieuw gekozen gemeenteraadsleden was het ook een spannende raadsvergadering: het was immers de eerste keer dat zij op bestuurlijk niveau in een openbare bijeenkomst met de burgemeester in discussie konden treden. Omdat de helft van de gemeenteraadsleden hoogstens de lagere school gevolgd had - de gekozen wethouders inbegrepen -, kostte het hun veel inspanning zich met de burgemeester te meten, als er moeilijke vraagstukken aan de orde waren. De burgemeester zal zich ook wel eens achter de oren gekrabd hebben bij het aanhoren van bepaalde voorstellen of zienswijzen. Toch verwachten de kiezers van deze gemeenteraadsleden, dat zij tegenspel zouden geven aan de man die tot dan toe 'alles' alléén voor het zeggen had gehad. Gezien zijn vaardige wijze van besturen bleek dit niet altijd mogelijk: voorzitter Jonkheer van Grotenhuis was geneigd om raadsleden, die van het te behandelen onderwerp afdwaalden, met de voorzittershamer te onderbreken, hetgeen niet altijd op prijs gesteld werd. Deze strakke, ambtelijke leiding ontlokte een gemeenteraadslid de verzuchting, dat 'Van Grotenhuis wel een burgemeester, maar geen burgervader' was. Na afloop van de raadsvergaderingen, die 's-middags werden gehouden, bespraken de raadsleden de afgekapte problemen nog eens uitvoerig in het café. Om precies te zijn in twee café's, want de boeren met hun medestanders zaten bij 'Jan van Toon' en de arbeiders zaten met hun kornuiten bij 'Moeke Bouwens'. Aangezien de burgemeester zelden 'inrichtingen voor maatschappelijk verkeer' bezocht, heeft hij veel achtergrondinformatie gemist. 

Naarmate de toestand in Groesbeek meer normaal werd, groeide echter het respect en de waardering voor burgemeester Van Grotenhuis. Zijn inzet, zijn voortvarendheid en deskundigheid met betrekking tot de herstel- en wederopbouwwerkzaamheden dwongen dit respect af. Men leerde hem beter kennen en men zag, dat de strenge regels die hij stelde zonder aanzien des persoons doorgevoerd werden. Tevens viel het op, dat hij die voor zichzelf ook hanteerde en geen 'dubbel leven' leidde. Om de getroffen bevolking te helpen was hij regelmatig op reis om bij regeringsinstanties en hulpverleningsorganisaties gelden of goederen los te krijgen. Hierbij werd hij trouw terzijde gestaan door zijn echtgenote, mevrouw M.A.H. van Grotenhuis-van Oppen die zoals wij later zullen zien, nauw betrokken was bij het organiseren van de Hulp Actie Rode Kruis en die zich ook op andere terreinen verdienstelijk maakte voor het welzijn van de bevolking. Zij deed dit op haar eigen kordate en energieke wijze, hetgeen tot gevolg had at men in het dorp op een gegeven moment niet meer sprak over 'mevrouw Van Grotenhuis', maar over 'Kitty'.

Als burgemeester Jonkheer R.M.J.F.L van Grotenhuis in 1966 afscheid neemt, na onze gemeente 24 jaar bestuurd te hebben, kan hij met voldoening terugzien op zijn Groesbeekse ambtsperiode. Onder zijn leiding is 'het dorp der verwoesting' herbouwd tot een fraaie woonplaats.